De leraar en de bondscoach

Al eerder heb ik eens getwitterd over het idee van de leraar als een soort bondscoach.
De tweet destijds: ‘leraar zijn is net zoiets als bondscoach zijn; iedereen weet het altijd beter’.
Om duidelijk te maken wat ik nu precies bedoel zal ik dat ik in dit blog proberen toe te lichten. De metafoor van bondscoach heb ik niet zomaar gekozen. Op vele punten gaat deze metafoor op.
In hoeverre onderstaande op de lezer van toepassing, dat mag de lezer zelf bepalen.

De bestuurders
Elke bondscoach heeft te maken met de ambities van het bestuur. Behoren bij de top 5 van de wereld, bijvoorbeeld. Dat gaat ook op voor onderwijs. Laten we eens kijken naar de laatste 3 topbestuurders van het ‘team onderwijs’:

1. Ronald Plasterk, minister van onderwijs van 22 februari 2007 – 23 februari 2010
Plasterk is zelf leraar geweest (hoogleraar moleculaire microbiologie), alhoewel niet in de velden waarin de meeste docenten werken, namelijk PO en VO. Plasterk heeft een aantal plannen voor het VO ingevoerd. Eén van de meest opvallende projecten van Plasterk was zijn wens voor digitaal onderwijs. Hiervoor werd Wikiwijs opgericht. Helaas kunnen we stellen dat Wikiwijs niet het onverdeelde succes is geworden wat het had kunnen zijn. Ander interessant concept: de gratis schoolboeken. Deze verdwijnen nu weer. Positief gevolg is geweest dan scholen bewuster zijn omgegaan met hun boekenpakket, wat voor ouders zeer aangenaam is. De tijd dat een werkboek werd opgegeven op de boekenlijst en daaruit één hoofdstuk werd behandeld is voorbij. Ook werd in 2008 het convenant leerkracht bekrachtigd waarmee de functiemix een feit werd. Opvallend aan Plasterk was dat hij door docenten met een 5,8 (bron: Wikipedia) werd beoordeeld door docenten, de hoogste score voor een minister van onderwijs ooit. Deze bondscoach heeft echter zijn contract niet uitgediend.

2. Marja van Bijsterveldt, minister van onderwijs van 2010-2012. Was daarvoor al staatssecretaris van onderwijs. Heeft zelf nooit voor de klas gestaan, een minpunt, mijn inziens. Van Bijsterveldt heeft heel wat plannen gelanceerd, die het onderwijs niet de kwaliteitsimpuls hebben gegeven die het nodig heeft. Onder Van Bijsterveldt is vooral de drang naar meetbare resultaten sterk gegroeid. Getuige de (her)invoering van de rekenen en taal. Ook de onderwijsinspectie moest vooral gaan letten op meetbare resultaten; se-ce, examencijfers. Toverwoord is rendement en dan het liefst rendement gericht op meetbare resultaten. Daartoe werden de exameneisen verzwaard. Ook bij de stakingen tegen de 1040-urennorm liet Van Bijsterveldt een schrijnend gebrek aan inzicht en verbondenheid met de sector zien. Werd door Marten Kircz ‘de beroerdste minister van onderwijs ooit’ genoemd. Hij zat er, volgens mij, niet ver naast. Deze bondscoach haalde ook de eindstreep niet, vanwege problemen met gedoogpartner de PVV.

3. Jet Bussemaker, minister van onderwijs van 2012-heden.
Dit nieuwe kabinet wil vooral bruggen slaan. Aan ambities geen gebrek, wel aan geld. Dus meer voor minder. Docenten blijven op de nul-lijn en de werkdruk neemt toe. Het is nog te vroeg om een oordeel over deze bondscoach te vellen. We geven haar een kans.

De ouders
Net als in het voetbal heeft ook het onderwijs in elke Nederlander een bondscoach. Ouders hebben immers uit eerste hand ervaring met onderwijs. Dat is natuurlijk geweldig, dat er recht op onderwijs is (en ja, ook een leerplicht). Wat daarvan ook een automatisch gevolg is, is dat ouders een heel duidelijk referentiekader opbouwen in hun eigen schooltijd. Daarmee wordt dan weer sterk het kind beïnvloedt. De meeste ouders zijn betrokken bij het onderwijs van hun kind, alleen je kunt de vraag stellen of het referentiekader nog wel van deze tijd is. Ouders die alleen klassikaal, boek, bord en krijt kennen zien soms al dat digitale geweld helemaal niet als een pluspunt. En wat te denken van wat er geleerd moet worden? De vaardigheden die de maatschappij vraagt zijn allang veranderd. Ons onderwijssysteem is daar niet in meegegaan. Toch proberen scholen vaak meer aan te leren. Een opmerkelijke constatering is dat ouders vaak actief zijn wanneer hun kind op het PO zit en deze inzet sterk verminderd als het kind eenmaal naar het VO gaat. Daar doen scholen én ouders toch iets verkeerds. En dan is er nog een groep ouders die school ook als een zeer handige vorm van kinderopvang zien en die geen moeite hebben met het uitbesteden van opvoedkundige taken aan de school. Misschien ligt het ook wel een beetje aan de maatschappij (en dus de ouders) dat op scholen steeds meer bijzaken gedaan worden, die afleiden van het primaire onderwijsproces. De maatschappij heeft immers verlangd dat scholen steeds meer voorlichtingen gaan geven. Misschien toch beter door de ouders laten doen? Wat je (sommige) ouders als bondscoach kunt verwijten is dat ze vaak wel ‘aangeven’ hoe het met hun kind hoort te gaan, maar dan vaak niet (heel) actief meewerken bij het leerproces.

Docenten
Kijk maar naar dit blog; geschreven door een docent die kritiek heeft op van alles en nog wat. Maar zelf dan in de politiek gaan? Nee, ho maar. Ja, dat zou je kunnen zeggen. Daarop is maar één antwoord mogelijk: ik ben leraar omdat dat mijn passie is. Dat betekent niet dat docenten ook eens naar zichzelf moeten kijken. Het verschil in onderwijsland is enorm. Van geïnspireerde docenten die zichzelf constant willen verbeteren tot docenten die gewoon het boek volgen en verder niks, ze zijn allemaal te vinden in het onderwijs. Elk docent hangt vaak een eigen manier van lesgeven aan. Elk ‘spelsysteem’ is dus weer anders. Van klassikaal frontaal tot flipping the class, iedereen vindt dat zijn/haar manier van werken (vaak) de beste is. Daarbij komt dat docenten niet een ‘team’ vormen en daardoor niet duidelijk aangeven aan hun ‘bondscoach’ (de minister) wat er nu verwacht wordt. Zolang er ook docenten zijn die alles wel goed vinden en juist meerwaarde zien in de nadruk op cijfers, zal verandering lang op zich laten wachten.

Schoolbesturen
En dan zijn er nog de bestuurders op scholen zelf. Allemaal stippelen ze een mooi beleid uit voor hun school. Wat vinden we belangrijk? Waar investeren we in? Soms is er sprake van wanbestuur (Amarantis), maar meestal zijn de bestuurders oprecht betrokken en willen ze het beste voor de school. Helaas moet een schoolbestuurder steeds vaker focussen op financiën ipv het verbeteren van het onderwijsproces. Hoe gaan we straks het passend onderwijs inpassen? Hoe los ik mijn tekort op? Waar financier ik digitaal onderwijs mee? Dat dit soort besluiten soms ten koste gaat van het primaire proces is jammerlijk. Schoolbestuurders staan zelf vaak niet (meer) voor de klas. Houdt goed contact met je werkveld, ook al is het een paar uur in de week. Het zou soms veel discussies voorkomen.

Advertenties

DVDD2012: Het inzetten van WordPress in de les

DIT BLOG IS BEDOELD VOOR DE DAG VAN DE DIGITALE DIDACTIEK VAN DE UNIVERSITEIT VAN UTRECHT EN BEVAT EEN OPDRACHT VOOR DE AANWEZIGE STUDENTEN

WordPress is een onlineblog. Nog niets bijzonders, daar zijn er meer van. Het mooie van WordPress (als je het gebruikt voor lesactiviteiten):

  • Gratis blog, met een zelfgekozen naam met daarachter .wordpress.com.
  • Makkelijk te delen via social media
  • Iedereen kan reageren, daarvoor heb je geen account nodig.
  • Kies gemakkelijk een mooie look voor je blog.
  • Laat leerlingen nadenken over een onderwerp en ze vervolgens hun mening onder woorden brengen.

De opdracht:

  • Maak een opdracht waarbij leerlingen een onderwerp via een blog moeten uitwerken en daar hun eigen mening over geven.
  • Maak duidelijk hoe leerlingen dat met elkaar moeten delen.
  • Laat leerlingen reageren op elkaars blog.

Succes!

Slidepoint

Wat doe je wanneer je weet dat je ELO niet lang meer je ELO is? Je gaat kijken of je alternatieven kunt vinden voor diensten uit je ELO waarbij je die ELO niet nodig bent. Het ging dan bij mij vooral om de vragen die ik bij mijn video's heb staan. In mijn zoektocht ben ik Slidepoint tegen gekomen.

Wat is het?

Slidepoint is een online (web 2.0) tool, waarvoor gratis is in te schrijven. Hiervoor krijg je 25 MB opslag. En dit is wat het ongeveer doet:

Op zich prima, maar het haalt het in mijn ogen niet bij bijvoorbeeld Prezi. Toch zijn er een tweetal eigenschappen van Slidepoint die het de moeite waard maken. De eerste is dat het in HTML5 is en dus niet gebaseerd op Flash of Silverlight. Daardoor kun je het op elk device afspelen. Het tweede grote voordeel is de quizoptie.

       

Je krijgt dan de optie vragen in te voegen. En in tegenstelling tot bijvoorbeeld de nieuwe optie in YouTube, kun je hier onbeperkt vragen aanmaken. Het invoegvenster voor vragen is simpel en duidelijk. Doordat Slidepoint gebaseerd is op Powerpoint zal vrijwel iedereen er direct mee uit de voeten kunnen. En ondertussen heb ik ELO onafhankelijke, op HTML5 gebaseerde quizzen die ik naar hartelust overal kan embedden. Er is wel een GIGANTISCH nadeel: je mag maar 10 presentaties maken. Je kunt meer ruimte verdienen door putnen te verzamelen. Deze krijg je door views op je presentaties. Dat moet mogelijk zijn als je leerlingen de presentaties gaan bekijken, maar toch. Hieronder nog een voorbeeld van hoe ik het in de ELO embed heb.

Het filmpje en dan de vragen:

Link naar de vragen:
Slidepoint
 

Why gamification belongs in education

On September 17 I attended the PICNIC festival in Amsterdam. One of the subjects being discussed at Vodafone Firestarters was gamification. This is the video of that discussion:

Unfortunately, questions from the audience seemed to have disappeared. Quite annoying. I asked Toby Barnes what his thoughts were about gamification in education. He started by almost biting his pen in half. Then he answered that he believed it shouldn’t be done in education. It immediately triggered me but I wasn’t given the upportunity to respond. So, now you know where the inspiration for this blog has come from, let’s get to it.

Why gamification belongs in education:

Fun and meaningful

It’s a great mistake to simply state that games primarily should be fun. A game primarily can be designed for educational purposes and still be fun at the same time. Game designers should be able to design them that way. Benificial for the educational system is that games bring fun and creativity in to a primarily static situation. The teacher will get more out of his students if they are passionate about what they are doing. Yet, you still want them to learn something. Gaming creates the perfect platform for learning the ‘soft skills’ you’ll need so desperately later on in society.

Quantifying self

Teachers have struggeled heavily with the question how to measure soft skills. The normal test just won’t do. That’s because testing is zoomed in upon the measuring of knowlegde, or maybe better, facts. Tests will create the perfect outcome for an educational system that is built upon measuring knowlegde: grades. You can compare these grades with other students, school, etc and you will be able to give a student a label. Not with gaming. The brilliant thing about gaming is the fact that everybody starts out the same and the game will differentiate between several skill levels. You won’t be stuck in a certain level, you can improve. But you’ll improve in categories like collaboration, problem solving, long term strategy, etc. Therefor games will be able to offer the teacher something the test never could: an assessment of your student on every level, not just facts. Students can game whenever they want. They won’t depend on the teacher.

Era of open data

Games had a big problem concerning education; budget. Yes, schools are always in need of more funding (although this probably is a common problem for most). Schools aren’t accustomed to invest in games. Books, yes, boards, yes, games? No way! Yet there is a better, new, broader discussion in society about open data. Is it truly the future that companies keep on demanding money for certain services? Aren’t there alternative ways for business to make a living? Open data is the future. Is already shown that companies can’t stop the distribution of software through the internet. So what does this all mean for education? It means that there already is a lot of open source software but more and more games will be accessible without paying for them.

The most adaptive field of them all

Education has an amazing ability: it can adapt almost every development or technology and make it to good use for students worldwide. Yet, for some unexplained reason, there are people who have the misperception that games can only be played at home and only for fun. With just small adjustments, games can be put to great use in education. And, as an added bonus, it will help you keep creativity alive and kicking.

Preparing for the future

Will a student later on, in ‘real life’, ever use Pythagoras? Probably not. It’s why we should give students the best possible preparation for the rest of their lives. They’ll use their soft skills on a daily basis. We must pay more attention on skills in education. Gaming could be the perfect bridge between fun, education and long term benefits.

Just a vision

Of course, all of the above is just my personal vision on gaming in education. I do hope that people will broaden their minds and give games an opportunity. And, while you’re at it, play a game yourself.

Eruit halen wat erin zit (waar de inspectie niet naar kijkt)

Met de uitslag van de verkiezingen in het hoofd, kwam ik tot de volgende conclusie: misschien krijgen we nog wel 4 jaar VVD beleid op onderwijs. Rampzalig, naar mijn inzicht. Afgezien van nog 4 jaar nullijn voor docenten, is er nog een grotere ramp op komst: de gestandaardiseerde terreur.

Toetsen moeten gecontroleerd worden op resultaat, het liefst tegen een landelijk gemiddelde. Daarvoor moet die toets wel voor iedereen in het land hetzelfde zijn. Zie daar de gestandaardiseerde toets. Fantastisch voor mensen die resultaat graag meten in cijfers. Ook heel handig om predicaten aan scholen uit te delen. En goed controleerbaar door de onderwijsinspectie.

Waarom dit kortzichtig is

Scholen worden nu door de inspectie en de verzwaarde exameneisen gedwongen om kinderen minder kansen te bieden. Immers, je geeft, volgens de inspectie, aan dat een leerling op een bepaald niveau het examen kan halen op het landelijk gemiddelde. Probleem is het volgende:

  • Casus 1: Een enigszins luie Kaderberoepsgerichte leerling (klas 3) staat aan het einde van het jaar onvoldoende voor een aantal vakken. Overgaan naar klas 4 met dit rapport is geen optie. De leerling zelf is niet gemotiveerd om het jaar over te doen. Er wordt voor gekozen deze leerlingen door te laten gaan naar klas 4 Basisberoepsgericht. Met 2 vingers in de neus haalt de leerling een goed examenresultaat.
  • Casus 2: Een hardwerkende Basisberoepsgerichte leerling in klas 2 staat er zo goed voor dat deze leerling in de bovenbouw de kans krijgt om Kaderberoepsgericht te doen. Na 2 jaar van heel hard werken en veel intensieve begeleiding door de docenten haalt deze leerling een Kaderdiploma. Cijferlijst; allemaal ‘zesjes’.

Knelpunt; volgens deze norm heeft de eerste leerling het uitstekend gedaan. Boven het landelijk gemiddelde. De inspectie beoordeeld dan ook dat je een goede school bent. Bij de tweede heb je het juist slecht gedaan. Een ‘zwakke’ school.

De vraag is dan ook: waar draait het eigenlijk om in het onderwijs?

Heb je als school (en als leerling) juist niet een topprestatie geleverd door een leerling op een hoger niveau dan eerst werd verwacht een diploma te laten halen? Volgens de inspectie blijkbaar niet, want de cijfertjes zeggen het…

Minister van Onderwijs

Een tijdje geleden stelde ik op Twitter de volgende vraag:

Daarop kwamen een aantal zeer leuke reacties binnen. Hieronder is eigenlijk, in een soort van verhaalvorm, de verwerking van die reacties.

Minister van Onderwijs:

Zo, de verkiezingen zijn afgelopen. Met een ruime meerderheid en het volledige vertrouwen gaat de nieuwe minister van onderwijs aan de slag. Als eerste op de agenda: de ministerraad. Doel: meer geld voor onderwijs zien te krijgen. Natuurlijk stemmen alle collega ministers daar direct mee in. Ze weten allemaal heel goed dat kwalitatief goed onderwijs de beste garantie op een goede toekomst voor Nederland biedt. Terug naar het ministerie.

We beginnen met een telefoontje naar Finland, een afspraak maken met mijn collega aldaar voor een werkbezoek. Eens goed kijken hoe die Finnen het hebben georganiseerd en wat de geheimen zijn. Daarna de ambtenaren op het ministerie aan het werk zetten om een plan te maken hoe we dit in Nederland kunnen invoeren. Natuurlijk kan dat niet in de Finse vorm, we zijn immers geen Finland! Daarom ook maar gelijk een bijeenkomst met de VO-raad plannen. Oh ja, eerst de vorm van die VO raad nog aanpassen. Daar moeten leraren in, niet alleen bestuurders. Leraren mee krijgen, dat is prioriteit nummer 1, anders hebben de hervormingen toch geen zin.

Nu naar de kamer voor het eerste debat. De PvdA stelt een vraag: ‘Wanneer wordt de nullijn voor leraren los gelaten?’. Vanochtend gebeurt! Volgende vraag van de PVV: ‘Komt er wel genoeg aandacht voor Henk en Ingrid?’. Tuurlijk, voor iedereen komt genoeg aandacht. De ministerraad is akkoord met het terugdraaien van alle bezuinigingen op het speciaal onderwijs. Verder is er ook afgesproken met mijn collega van volksgezondheid dat alle medicatie voor stoornissen gewoon in het basispakket blijven en volledig vergoed worden. Vraag van D66: ‘Hoe zit het met de professionalisering van het onderwijs?’. Juist, nou de functiemix blijft. Echter, om docenten meer mogelijkheden te bieden, mag elke docent 1 studie naar keuze volgen…op kosten van OC&W. Einde debat.

Terug op kantoor, volgende onderwerp: de inspectie. Punt 1: loslaten van de gestandariseerde toetsgekte. Punt 2: veel meer ruimte voor creativiteit en het aanleren van de juiste vaardigheden voor de moderne samenleving. Scholen krijgen meer vrijheid. Wel moet er verantwoording worden afgelegd. In eerste plaats aan de gebruikers: leerlingen en ouders. Dan pas aan de inspectie.

Einde werkdag. Nu naar huis, in de auto nog even gamen, social media bijwerken. Weer helemaal klaar. Morgen de schaalvergroting maar eens aanpakken.

Flipping the class in de praktijk: de ELO

Flipping the class, het wordt steeds populairder. En je kunt bergen informatie vinden op het internet. Maar wat als je nu wilt beginnen met het flippen van je klas? Een belangrijk onderdeel daarin is het vullen van de elektronische leeromgeving, kortweg elo. Hieronder heb ik een voorbeeld uitgewerkt waarin een opzet wordt gegeven voor ‘geflipte’ lessen. Daarbij ben ik uitgegaan van een redelijk standaard opbouw, dus lesstof (aantal weken) afgesloten met een toets. Verder is de gebruikte elo hier Teletop. Aangezien de meeste elo een soortgelijke opbouw hebben, zal het dus niet heel ingewikkeld zijn om onderstaande toe te passen in een andere elo.

Zo komt de leerling binnen op de elo:

Het belangrijkste voor leerlingen zijn de agenda en leermiddelen. De agenda is het logische startpunt, met daarin de activiteiten. Leermiddelen is de bibliotheek, hier kan een leerling alle bestanden, etc. terugvinden. Als beginnende flipper zul je moeten zorgen dat je wel steeds je leerlingen voorblijft in de elo. Als leerlingen op eigen tempo werken dan zul toch een flink aantal weken op voorraad moeten hebben.

Dan de agenda:

De afsluiting van een hoofdstuk ziet er hetzelfde uit:

Een geflipte klas geldt ook voor toetsen, nietwaar? Daarom staat er een toetsspreekuur via Twitter. Leerlingen kunnen dan vragen stellen op het moment dat ze thuis aan het leren zijn. Natuurlijk kunnen ze de vragen ook stellen in de les. Uiteraard wordt er digitaal getoetst. Daar alles te embedden in de elo hoeft de leerling niet steeds van omgeving te veranderen. De YouTube filmpjes, de wintoetsen, alles gebeurt in de elo.

Wie liever de video bekijkt:

Mochten anderen goede tips hebben voor het opzetten van het flippen in de elo, vermeldt ze dan onder reacties.