Archief | Onderwijs RSS for this section

Persoonlijke terugblik 2012

Met het einde van het jaar in zicht is het weer tijd voor de gebruikelijke terugblikken op allerlei gebieden. De meeste van dit soort lijstjes (Nederlanders zijn gek op lijstjes, schijnt) zijn nog leuk om te lezen ook. Daarom kan ik het niet laten ook zelf een lijstje te maken, maar dan over onderwijs. So, here we go…

2012, het jaar dat…

  • we verlost werden van minister Van Bijsterveldt.
  • Jet Bussemaker de nieuwe minister van Onderwijs werd en het nog maar afwachten is hoe het gaat lopen.
  • flipping the class booming werd en steeds meer in de spotlights komt te staan.
  • ik begonnen ben met dit blog.
  • gamification op de agenda is gekomen.
  • Wikiwijs nog steeds niet is wat het hoort te zijn.
  • weer veel leerlingen hun diploma hebben gehaald.
  • er nog steeds veel te veel aandacht is voor meetbare resultaten en rendementen.
  • Nederland verder achterop raakt op het gebied van onderwijs.
  • John Moravec op mijn school een inspirerend verhaal kwam vertellen.
  • Twitter mijn een betere professional maakte.
  • ik veel bijzondere en inspirerende mensen heb mogen ontmoeten.
  • ik definitief vaarwel zeg tegen mijn ‘papieren methode’.
  • een zekere meneer Dronkers een stupide lijst in de Volkskrant publiceerde.
  • er een begin is gemaakt met de MOOC voor maatschappijleer.
  • ik SPONS-coach ben geworden voor mijn collega’s.
  • Stad & Esch een fantastische nieuwe identiteit kreeg (zie www.stadenesch.nl)
  • er opeens een gloednieuwe MacBook Pro klaarstond op het werk.
  • ik workshops mocht verzorgen voor o.a. de Universiteit van Utrecht en Windesheim.
  • er traditioneel weer veel te weinig tijd was om alle mooie, inspirerende en leuke dingen te doen.

Zo, dat zijn we ook weer kwijt! Volgend jaar wordt vast nog mooier!

Advertenties

Socrative, snel aan de slag

Zoals zoveel collega’s kijk ik nooit in een handleiding. Ik begin ‘gewoon’.
Wanneer ik tegen problemen aanloop, dan zoek in online naar een antwoord (zij het via een zoekopdracht in Google of via social media). Wat me vaak opvalt is de enorme lengte van de meeste handleidingen.

We willen tegenwoordig toch gelijk aan de slag?
Daarom bij deze een ‘gelijk-aan-de-slag’ over Socrative, één van de meest populaire webtools.

 

 

 

 

 

Stappenplan voor het werken met Socrative

  1. Ga naar t.socrative.com (dit is de log in voor docenten).
  2. Kies voor: ‘Create Account’.
  3. Vul je email in en bedenk een wachtwoord. Je krijgt een ‘room number’ toegewezen.
  4. Je komt nu binnen op de startpagina van Socrative. Er zijn twee opties; optie 1 is voor het vragen van feedback met een vraag die je terplekke invoert en optie 2 is voor het maken/afnemen van een quiz.
  5. Kies in het overzicht voor ‘Manage Quizzes’.
  6. Kies voor ‘Create a Quiz’.
  7. Voer in het veld ‘Quiz Name’ de naam van de quiz in, bijvoorbeeld ‘test’.
  8. Je kunt nu kiezen uit twee vraagtypes, namelijk open ‘Multiple Choice’ en ‘Short Answer’. Kies voor ‘Multiple Choice’.
  9. Er vouwt nu een nieuw veld uit waarboven ‘Question 1’ staat. Vul bij ‘Question’ een vraag in en bedenk daaronder bij de ‘Answer 1’, ‘Answer 2’, enz. enkele antwoorden.
  10. Zet een kruisje voor het juiste antwoord.
  11. Je kunt nog extra vragen toevoegen door weer te kiezen voor ‘Multiple Choice’ of ‘Short Answer’.
  12. Je quiz is nu klaar voor de test. Kies voor save.
  13. Leerlingen kunnen inloggen op m.socrative.com.
  14. Daar voeren ze het eerder gekregen ‘room number’ in.
  15. Ze krijgen nu een venster waarin staat dat ze moeten wachten op de docent.
  16. Start nu de quiz (als docent) en je leerlingen krijgen het op hun scherm.

Of voor de liefhebber van snelle instructies via video:

En vooral veel zelf ontdekken!!!

Dag van de Digitale Didactiek

Op maandag 12 november 2012 werd door studenten van de universiteit van Utrecht de Dag van de Digitale Didactiek georganiseerd. Uitgangspunt voordezen dag is studenten meer zicht te geven op werken met digitale middelen. Grappig punt natuurlijk is dat ‘digitale didactiek’ eigenlijk helemaal niet bestaat. Het is gewoon didactiek, alleen zet je als hulpmiddel ICT in. Een belangrijk punt om te onthouden voor eenieder die graag met ICT in het onderwijs aan de slag wil: ICT is een middel, nooit een doel.

Ik was uitgenodigd om een workshop te verzorgen. De korte openingspresentatie:

Aangezien mij gevraagd werd een workshop te geven en geen ik-geef-een-workshop-maar-praat-de-hele-tijd-zelf-shop, kun je hieronder de vijf opdrachten vinden. Gepresenteerd in flipping the class vorm, zodat je in een uur tijd meerdere onderdelen door meerdere groepen kunt laten doen:

WordPress Turbotutorial:

Storybird Turbotutorial:

Prezi Turbotutorial:

Krantenmaken icm Twitter Turbotutorial:

Bubbl.us en Wordle Turbotutorial:

Wat ik tenslotte als advies wil meegeven voor eenieder die met digitale middelen aan de slag willen:
BEGIN GEWOON!
Kijk niet naar alle mogelijke problemen of de berg werk, maar begin gewoon.
Dan zie je vanzelf wel waar je reis eindigt.

Flipping the class: veel gestelde vragen

Op dinsdag 16 oktober hield ik onderstaande presentatie voor mijn collega’s op Stad & Esch:

Van mijn collega’s krijg ik veel vragen over flipping the class.
Onderstaande zijn dan ook de antwoorden op vragen van mijn collega’s vanuit mijn eigen ervaring, niet perse die van de achterliggende didactiek.

Ik heb wel interesse, maar ik zie een beetje op tegen de hoeveelheid werk. Hoe zit dit?
Het flippen van je lessen vraagt inderdaad veel voorbereiding. Als je al veel met keynotes/powerpoints/prezi, etc., werkt dan is het relatief snel te klaren om van je presentaties video’s te maken. Het meeste tijd gaat namelijk zitten in het maken van de presentaties. Als je hier nog mee moet beginnen, dan moet je, afhankelijk van je ervaring, toch al snel 1 a 2 uur rekenen voor het maken van een presentatie. Dit is dan uitgaande van een basisflip, waarbij je dus alleen de instructie vervangt die je anders aan het begin van de les zou geven.

Een goede les heeft toch altijd kop-romp-staart, hoe zit dat bij flipping the class?
Simpel; die is er gewoon. Wat vaak verwart wordt is dat het opstarten van een les, ofwel het gezamenlijk beginnen met de klas, niet hetzelfde is als starten met instructie. De opening met een groep doe je nog steeds gewoon. Wat je niet meer doet is die opening gelijk laten volgen door klassikale instructie.

Hoe controleer ik of leerlingen de filmpjes wel bekijken?
Dit is het meest lastige om goed in beeld te krijgen. Vergeet hierbij niet dat ook tijdens klassikale uitleg leerlingen niet persé hoeven op te letten, ook al lijkt het dat ze dat wel doen. Ik gebruik eigenlijk drie manieren om te controleren of leerlingen hun ‘huiswerk’ wel hebben gedaan. De eerste is het filmpje als opdracht aan te bieden via de ELO. In de administratie van de ELO kan ik dan zien wanneer ze de opdracht afgerond hebben. Ten tweede staat onder elk filmpje verwerkingsvragen.

Wat vind jij het grootste voordeel?
Voor mij is het grootste voordeel dat ik veel meer ruimte heb om leerlingen te begeleiden bij hun leerproces. Waar ik eerder bij vragen, vanwege tijdsdruk, snel een antwoord gaf, doe ik dat nu niet meer. Het gaat er immers om de leerling zelf achter het antwoord te laten komen en daarbij de juiste technieken aan te leren die bij hem/haar passen. De tijdswinst die ik boek door de klassikale instructie te laten vervallen is hierbij cruciaal.

Bespreek je nog wel wat ze moeten weten voor een toets tijdens de les?
Nee, ook dit gaat online. Leerlingen kunnen zelf een document bekijken waarin staat wat de te leren stof is en welke begrippen het belangrijkste zijn. Ze kunnen vervolgens een oefentoets maken op de ELO. Omdat ze natuurlijk vragen hebben als ze aan het leren zijn, is er een toetsspreekuur op Twitter. Zo kunnen ze de avond voor de toets nog vragen stellen.

Wat ben ik nodig om de filmpjes te maken?
Het meest gebruikelijke is het opnemen van een presentatie. Die presentatie maak je meestal met Keynote, Powerpoint of Prezi. Althans, dat zijn de populairste presentatietools, er zijn er vele. Vervolgens maak je een screencast met behulp van QuickTime, deze zit standaard op je Mac. Dit filmpje exporteer je en kun je vervolgens importeren in iMovie, zodat je er een mooie, afgewerkte look aan kunt geven. Exporteer en je kunt je filmpje in de ELO zetten of uploaden naar een videosite, zoals YouTube of Vimeo.

Moet ik alles zelf maken?
Nee, natuurlijk niet. Dit ligt natuurlijk ook sterk aan je eigen insteek. Als je alles zelf maakt dan kun je het wel optimaal afstemmen op je eigen leerlingen. Vergeet niet dat docenten van andere scholen die video’s maken ook altijd hun eigen leerlingen als uitgangspunt nemen. Maar kijk vooral ook eens dichtbij, zijn er bijvoorbeeld meer (vak)collega’s die dit willen gaan doen? Als je met 5 collega’s bent voor bijvoorbeeld het vak Nederlands, dan wordt de werk/productiedruk natuurlijk al een stuk minder. Wil je goede bronnen kijk dan bij de vraag verderop.

Wat zijn goede bronnen?
Kennisnet heeft inmiddels een site speciaal over flipping the class: http://flippingtheclassroom.kennisnet.nl
Een andere heel goede bron is de wiki van Frans Droog, een bekende ‘Flipper’: flipdeklas.wikispaces.com 
Je kunt ook zelf op YouTube zoeken. Wil je de basis van flipping the class weten dan is de SPONS-module een goed begin, hiervoor ben je wel een account nodig bij SPONS.

Welke didactiek hoort hierbij?
De meest gebruikte is de TPACK didactiek. Deze houdt op zich niks nieuws in, immers alle docenten bezitten (als het goed is) voldoende pedagogische en didactische vaardigheden. De kunst is om de vaardigheden te combineren en te verwerken met technologische vaardigheden. Daarvoor is wel enige oefening nodig. Dat betekent niet dat je gelijk de moeilijkste software onder de knie moet krijgen. Je kunt simpel beginnen en toch al digitaal werken.

Maak je de rol van de docent niet kleiner?
Nee, juist niet. Door veel meer tijd in te ruimen voor begeleiding, creëer je ook meer ruimte voor differentiatie. Vergeet niet dat ze nog steeds naar de uitleg van de docent luisteren, alleen niet meer voor de klas. Je zult dus als docent ook goed moeten nadenken hoe je iets uitlegt op de video; is het wel voor iedereen duidelijk? Uit mijn eigen ervaring kan ik zeggen dat het begeleiden meer intensiever en meer interactief is geworden.

In de presentatie gaat het over drie niveaus, wat is, in het kort, het verschil?
Basis flip: alleen je uitleg vervangen door video’s.
Gevorderde flip: biedt leerlingen op eigen tempo de lesstof aan en online/digitale verwerking.
Expert flip: biedt de leerlingen op eigen tempo en eigen niveau en eigen manier de lesstof aan dmv digitale verwerking en samenwerking.

 

Mochten er nog vragen zijn, stel ze dan gerust via de reactie mogelijkheid.

De leraar en de bondscoach

Al eerder heb ik eens getwitterd over het idee van de leraar als een soort bondscoach.
De tweet destijds: ‘leraar zijn is net zoiets als bondscoach zijn; iedereen weet het altijd beter’.
Om duidelijk te maken wat ik nu precies bedoel zal ik dat ik in dit blog proberen toe te lichten. De metafoor van bondscoach heb ik niet zomaar gekozen. Op vele punten gaat deze metafoor op.
In hoeverre onderstaande op de lezer van toepassing, dat mag de lezer zelf bepalen.

De bestuurders
Elke bondscoach heeft te maken met de ambities van het bestuur. Behoren bij de top 5 van de wereld, bijvoorbeeld. Dat gaat ook op voor onderwijs. Laten we eens kijken naar de laatste 3 topbestuurders van het ‘team onderwijs’:

1. Ronald Plasterk, minister van onderwijs van 22 februari 2007 – 23 februari 2010
Plasterk is zelf leraar geweest (hoogleraar moleculaire microbiologie), alhoewel niet in de velden waarin de meeste docenten werken, namelijk PO en VO. Plasterk heeft een aantal plannen voor het VO ingevoerd. Eén van de meest opvallende projecten van Plasterk was zijn wens voor digitaal onderwijs. Hiervoor werd Wikiwijs opgericht. Helaas kunnen we stellen dat Wikiwijs niet het onverdeelde succes is geworden wat het had kunnen zijn. Ander interessant concept: de gratis schoolboeken. Deze verdwijnen nu weer. Positief gevolg is geweest dan scholen bewuster zijn omgegaan met hun boekenpakket, wat voor ouders zeer aangenaam is. De tijd dat een werkboek werd opgegeven op de boekenlijst en daaruit één hoofdstuk werd behandeld is voorbij. Ook werd in 2008 het convenant leerkracht bekrachtigd waarmee de functiemix een feit werd. Opvallend aan Plasterk was dat hij door docenten met een 5,8 (bron: Wikipedia) werd beoordeeld door docenten, de hoogste score voor een minister van onderwijs ooit. Deze bondscoach heeft echter zijn contract niet uitgediend.

2. Marja van Bijsterveldt, minister van onderwijs van 2010-2012. Was daarvoor al staatssecretaris van onderwijs. Heeft zelf nooit voor de klas gestaan, een minpunt, mijn inziens. Van Bijsterveldt heeft heel wat plannen gelanceerd, die het onderwijs niet de kwaliteitsimpuls hebben gegeven die het nodig heeft. Onder Van Bijsterveldt is vooral de drang naar meetbare resultaten sterk gegroeid. Getuige de (her)invoering van de rekenen en taal. Ook de onderwijsinspectie moest vooral gaan letten op meetbare resultaten; se-ce, examencijfers. Toverwoord is rendement en dan het liefst rendement gericht op meetbare resultaten. Daartoe werden de exameneisen verzwaard. Ook bij de stakingen tegen de 1040-urennorm liet Van Bijsterveldt een schrijnend gebrek aan inzicht en verbondenheid met de sector zien. Werd door Marten Kircz ‘de beroerdste minister van onderwijs ooit’ genoemd. Hij zat er, volgens mij, niet ver naast. Deze bondscoach haalde ook de eindstreep niet, vanwege problemen met gedoogpartner de PVV.

3. Jet Bussemaker, minister van onderwijs van 2012-heden.
Dit nieuwe kabinet wil vooral bruggen slaan. Aan ambities geen gebrek, wel aan geld. Dus meer voor minder. Docenten blijven op de nul-lijn en de werkdruk neemt toe. Het is nog te vroeg om een oordeel over deze bondscoach te vellen. We geven haar een kans.

De ouders
Net als in het voetbal heeft ook het onderwijs in elke Nederlander een bondscoach. Ouders hebben immers uit eerste hand ervaring met onderwijs. Dat is natuurlijk geweldig, dat er recht op onderwijs is (en ja, ook een leerplicht). Wat daarvan ook een automatisch gevolg is, is dat ouders een heel duidelijk referentiekader opbouwen in hun eigen schooltijd. Daarmee wordt dan weer sterk het kind beïnvloedt. De meeste ouders zijn betrokken bij het onderwijs van hun kind, alleen je kunt de vraag stellen of het referentiekader nog wel van deze tijd is. Ouders die alleen klassikaal, boek, bord en krijt kennen zien soms al dat digitale geweld helemaal niet als een pluspunt. En wat te denken van wat er geleerd moet worden? De vaardigheden die de maatschappij vraagt zijn allang veranderd. Ons onderwijssysteem is daar niet in meegegaan. Toch proberen scholen vaak meer aan te leren. Een opmerkelijke constatering is dat ouders vaak actief zijn wanneer hun kind op het PO zit en deze inzet sterk verminderd als het kind eenmaal naar het VO gaat. Daar doen scholen én ouders toch iets verkeerds. En dan is er nog een groep ouders die school ook als een zeer handige vorm van kinderopvang zien en die geen moeite hebben met het uitbesteden van opvoedkundige taken aan de school. Misschien ligt het ook wel een beetje aan de maatschappij (en dus de ouders) dat op scholen steeds meer bijzaken gedaan worden, die afleiden van het primaire onderwijsproces. De maatschappij heeft immers verlangd dat scholen steeds meer voorlichtingen gaan geven. Misschien toch beter door de ouders laten doen? Wat je (sommige) ouders als bondscoach kunt verwijten is dat ze vaak wel ‘aangeven’ hoe het met hun kind hoort te gaan, maar dan vaak niet (heel) actief meewerken bij het leerproces.

Docenten
Kijk maar naar dit blog; geschreven door een docent die kritiek heeft op van alles en nog wat. Maar zelf dan in de politiek gaan? Nee, ho maar. Ja, dat zou je kunnen zeggen. Daarop is maar één antwoord mogelijk: ik ben leraar omdat dat mijn passie is. Dat betekent niet dat docenten ook eens naar zichzelf moeten kijken. Het verschil in onderwijsland is enorm. Van geïnspireerde docenten die zichzelf constant willen verbeteren tot docenten die gewoon het boek volgen en verder niks, ze zijn allemaal te vinden in het onderwijs. Elk docent hangt vaak een eigen manier van lesgeven aan. Elk ‘spelsysteem’ is dus weer anders. Van klassikaal frontaal tot flipping the class, iedereen vindt dat zijn/haar manier van werken (vaak) de beste is. Daarbij komt dat docenten niet een ‘team’ vormen en daardoor niet duidelijk aangeven aan hun ‘bondscoach’ (de minister) wat er nu verwacht wordt. Zolang er ook docenten zijn die alles wel goed vinden en juist meerwaarde zien in de nadruk op cijfers, zal verandering lang op zich laten wachten.

Schoolbesturen
En dan zijn er nog de bestuurders op scholen zelf. Allemaal stippelen ze een mooi beleid uit voor hun school. Wat vinden we belangrijk? Waar investeren we in? Soms is er sprake van wanbestuur (Amarantis), maar meestal zijn de bestuurders oprecht betrokken en willen ze het beste voor de school. Helaas moet een schoolbestuurder steeds vaker focussen op financiën ipv het verbeteren van het onderwijsproces. Hoe gaan we straks het passend onderwijs inpassen? Hoe los ik mijn tekort op? Waar financier ik digitaal onderwijs mee? Dat dit soort besluiten soms ten koste gaat van het primaire proces is jammerlijk. Schoolbestuurders staan zelf vaak niet (meer) voor de klas. Houdt goed contact met je werkveld, ook al is het een paar uur in de week. Het zou soms veel discussies voorkomen.

Eruit halen wat erin zit (waar de inspectie niet naar kijkt)

Met de uitslag van de verkiezingen in het hoofd, kwam ik tot de volgende conclusie: misschien krijgen we nog wel 4 jaar VVD beleid op onderwijs. Rampzalig, naar mijn inzicht. Afgezien van nog 4 jaar nullijn voor docenten, is er nog een grotere ramp op komst: de gestandaardiseerde terreur.

Toetsen moeten gecontroleerd worden op resultaat, het liefst tegen een landelijk gemiddelde. Daarvoor moet die toets wel voor iedereen in het land hetzelfde zijn. Zie daar de gestandaardiseerde toets. Fantastisch voor mensen die resultaat graag meten in cijfers. Ook heel handig om predicaten aan scholen uit te delen. En goed controleerbaar door de onderwijsinspectie.

Waarom dit kortzichtig is

Scholen worden nu door de inspectie en de verzwaarde exameneisen gedwongen om kinderen minder kansen te bieden. Immers, je geeft, volgens de inspectie, aan dat een leerling op een bepaald niveau het examen kan halen op het landelijk gemiddelde. Probleem is het volgende:

  • Casus 1: Een enigszins luie Kaderberoepsgerichte leerling (klas 3) staat aan het einde van het jaar onvoldoende voor een aantal vakken. Overgaan naar klas 4 met dit rapport is geen optie. De leerling zelf is niet gemotiveerd om het jaar over te doen. Er wordt voor gekozen deze leerlingen door te laten gaan naar klas 4 Basisberoepsgericht. Met 2 vingers in de neus haalt de leerling een goed examenresultaat.
  • Casus 2: Een hardwerkende Basisberoepsgerichte leerling in klas 2 staat er zo goed voor dat deze leerling in de bovenbouw de kans krijgt om Kaderberoepsgericht te doen. Na 2 jaar van heel hard werken en veel intensieve begeleiding door de docenten haalt deze leerling een Kaderdiploma. Cijferlijst; allemaal ‘zesjes’.

Knelpunt; volgens deze norm heeft de eerste leerling het uitstekend gedaan. Boven het landelijk gemiddelde. De inspectie beoordeeld dan ook dat je een goede school bent. Bij de tweede heb je het juist slecht gedaan. Een ‘zwakke’ school.

De vraag is dan ook: waar draait het eigenlijk om in het onderwijs?

Heb je als school (en als leerling) juist niet een topprestatie geleverd door een leerling op een hoger niveau dan eerst werd verwacht een diploma te laten halen? Volgens de inspectie blijkbaar niet, want de cijfertjes zeggen het…

Minister van Onderwijs

Een tijdje geleden stelde ik op Twitter de volgende vraag:

Daarop kwamen een aantal zeer leuke reacties binnen. Hieronder is eigenlijk, in een soort van verhaalvorm, de verwerking van die reacties.

Minister van Onderwijs:

Zo, de verkiezingen zijn afgelopen. Met een ruime meerderheid en het volledige vertrouwen gaat de nieuwe minister van onderwijs aan de slag. Als eerste op de agenda: de ministerraad. Doel: meer geld voor onderwijs zien te krijgen. Natuurlijk stemmen alle collega ministers daar direct mee in. Ze weten allemaal heel goed dat kwalitatief goed onderwijs de beste garantie op een goede toekomst voor Nederland biedt. Terug naar het ministerie.

We beginnen met een telefoontje naar Finland, een afspraak maken met mijn collega aldaar voor een werkbezoek. Eens goed kijken hoe die Finnen het hebben georganiseerd en wat de geheimen zijn. Daarna de ambtenaren op het ministerie aan het werk zetten om een plan te maken hoe we dit in Nederland kunnen invoeren. Natuurlijk kan dat niet in de Finse vorm, we zijn immers geen Finland! Daarom ook maar gelijk een bijeenkomst met de VO-raad plannen. Oh ja, eerst de vorm van die VO raad nog aanpassen. Daar moeten leraren in, niet alleen bestuurders. Leraren mee krijgen, dat is prioriteit nummer 1, anders hebben de hervormingen toch geen zin.

Nu naar de kamer voor het eerste debat. De PvdA stelt een vraag: ‘Wanneer wordt de nullijn voor leraren los gelaten?’. Vanochtend gebeurt! Volgende vraag van de PVV: ‘Komt er wel genoeg aandacht voor Henk en Ingrid?’. Tuurlijk, voor iedereen komt genoeg aandacht. De ministerraad is akkoord met het terugdraaien van alle bezuinigingen op het speciaal onderwijs. Verder is er ook afgesproken met mijn collega van volksgezondheid dat alle medicatie voor stoornissen gewoon in het basispakket blijven en volledig vergoed worden. Vraag van D66: ‘Hoe zit het met de professionalisering van het onderwijs?’. Juist, nou de functiemix blijft. Echter, om docenten meer mogelijkheden te bieden, mag elke docent 1 studie naar keuze volgen…op kosten van OC&W. Einde debat.

Terug op kantoor, volgende onderwerp: de inspectie. Punt 1: loslaten van de gestandariseerde toetsgekte. Punt 2: veel meer ruimte voor creativiteit en het aanleren van de juiste vaardigheden voor de moderne samenleving. Scholen krijgen meer vrijheid. Wel moet er verantwoording worden afgelegd. In eerste plaats aan de gebruikers: leerlingen en ouders. Dan pas aan de inspectie.

Einde werkdag. Nu naar huis, in de auto nog even gamen, social media bijwerken. Weer helemaal klaar. Morgen de schaalvergroting maar eens aanpakken.