Archief | Flipping the class RSS for this section

Flipping the class: veel gestelde vragen

Op dinsdag 16 oktober hield ik onderstaande presentatie voor mijn collega’s op Stad & Esch:

Van mijn collega’s krijg ik veel vragen over flipping the class.
Onderstaande zijn dan ook de antwoorden op vragen van mijn collega’s vanuit mijn eigen ervaring, niet perse die van de achterliggende didactiek.

Ik heb wel interesse, maar ik zie een beetje op tegen de hoeveelheid werk. Hoe zit dit?
Het flippen van je lessen vraagt inderdaad veel voorbereiding. Als je al veel met keynotes/powerpoints/prezi, etc., werkt dan is het relatief snel te klaren om van je presentaties video’s te maken. Het meeste tijd gaat namelijk zitten in het maken van de presentaties. Als je hier nog mee moet beginnen, dan moet je, afhankelijk van je ervaring, toch al snel 1 a 2 uur rekenen voor het maken van een presentatie. Dit is dan uitgaande van een basisflip, waarbij je dus alleen de instructie vervangt die je anders aan het begin van de les zou geven.

Een goede les heeft toch altijd kop-romp-staart, hoe zit dat bij flipping the class?
Simpel; die is er gewoon. Wat vaak verwart wordt is dat het opstarten van een les, ofwel het gezamenlijk beginnen met de klas, niet hetzelfde is als starten met instructie. De opening met een groep doe je nog steeds gewoon. Wat je niet meer doet is die opening gelijk laten volgen door klassikale instructie.

Hoe controleer ik of leerlingen de filmpjes wel bekijken?
Dit is het meest lastige om goed in beeld te krijgen. Vergeet hierbij niet dat ook tijdens klassikale uitleg leerlingen niet persé hoeven op te letten, ook al lijkt het dat ze dat wel doen. Ik gebruik eigenlijk drie manieren om te controleren of leerlingen hun ‘huiswerk’ wel hebben gedaan. De eerste is het filmpje als opdracht aan te bieden via de ELO. In de administratie van de ELO kan ik dan zien wanneer ze de opdracht afgerond hebben. Ten tweede staat onder elk filmpje verwerkingsvragen.

Wat vind jij het grootste voordeel?
Voor mij is het grootste voordeel dat ik veel meer ruimte heb om leerlingen te begeleiden bij hun leerproces. Waar ik eerder bij vragen, vanwege tijdsdruk, snel een antwoord gaf, doe ik dat nu niet meer. Het gaat er immers om de leerling zelf achter het antwoord te laten komen en daarbij de juiste technieken aan te leren die bij hem/haar passen. De tijdswinst die ik boek door de klassikale instructie te laten vervallen is hierbij cruciaal.

Bespreek je nog wel wat ze moeten weten voor een toets tijdens de les?
Nee, ook dit gaat online. Leerlingen kunnen zelf een document bekijken waarin staat wat de te leren stof is en welke begrippen het belangrijkste zijn. Ze kunnen vervolgens een oefentoets maken op de ELO. Omdat ze natuurlijk vragen hebben als ze aan het leren zijn, is er een toetsspreekuur op Twitter. Zo kunnen ze de avond voor de toets nog vragen stellen.

Wat ben ik nodig om de filmpjes te maken?
Het meest gebruikelijke is het opnemen van een presentatie. Die presentatie maak je meestal met Keynote, Powerpoint of Prezi. Althans, dat zijn de populairste presentatietools, er zijn er vele. Vervolgens maak je een screencast met behulp van QuickTime, deze zit standaard op je Mac. Dit filmpje exporteer je en kun je vervolgens importeren in iMovie, zodat je er een mooie, afgewerkte look aan kunt geven. Exporteer en je kunt je filmpje in de ELO zetten of uploaden naar een videosite, zoals YouTube of Vimeo.

Moet ik alles zelf maken?
Nee, natuurlijk niet. Dit ligt natuurlijk ook sterk aan je eigen insteek. Als je alles zelf maakt dan kun je het wel optimaal afstemmen op je eigen leerlingen. Vergeet niet dat docenten van andere scholen die video’s maken ook altijd hun eigen leerlingen als uitgangspunt nemen. Maar kijk vooral ook eens dichtbij, zijn er bijvoorbeeld meer (vak)collega’s die dit willen gaan doen? Als je met 5 collega’s bent voor bijvoorbeeld het vak Nederlands, dan wordt de werk/productiedruk natuurlijk al een stuk minder. Wil je goede bronnen kijk dan bij de vraag verderop.

Wat zijn goede bronnen?
Kennisnet heeft inmiddels een site speciaal over flipping the class: http://flippingtheclassroom.kennisnet.nl
Een andere heel goede bron is de wiki van Frans Droog, een bekende ‘Flipper’: flipdeklas.wikispaces.com 
Je kunt ook zelf op YouTube zoeken. Wil je de basis van flipping the class weten dan is de SPONS-module een goed begin, hiervoor ben je wel een account nodig bij SPONS.

Welke didactiek hoort hierbij?
De meest gebruikte is de TPACK didactiek. Deze houdt op zich niks nieuws in, immers alle docenten bezitten (als het goed is) voldoende pedagogische en didactische vaardigheden. De kunst is om de vaardigheden te combineren en te verwerken met technologische vaardigheden. Daarvoor is wel enige oefening nodig. Dat betekent niet dat je gelijk de moeilijkste software onder de knie moet krijgen. Je kunt simpel beginnen en toch al digitaal werken.

Maak je de rol van de docent niet kleiner?
Nee, juist niet. Door veel meer tijd in te ruimen voor begeleiding, creëer je ook meer ruimte voor differentiatie. Vergeet niet dat ze nog steeds naar de uitleg van de docent luisteren, alleen niet meer voor de klas. Je zult dus als docent ook goed moeten nadenken hoe je iets uitlegt op de video; is het wel voor iedereen duidelijk? Uit mijn eigen ervaring kan ik zeggen dat het begeleiden meer intensiever en meer interactief is geworden.

In de presentatie gaat het over drie niveaus, wat is, in het kort, het verschil?
Basis flip: alleen je uitleg vervangen door video’s.
Gevorderde flip: biedt leerlingen op eigen tempo de lesstof aan en online/digitale verwerking.
Expert flip: biedt de leerlingen op eigen tempo en eigen niveau en eigen manier de lesstof aan dmv digitale verwerking en samenwerking.

 

Mochten er nog vragen zijn, stel ze dan gerust via de reactie mogelijkheid.

Advertenties