Archief | digitale hulpmiddelen RSS for this section

Socrative, snel aan de slag

Zoals zoveel collega’s kijk ik nooit in een handleiding. Ik begin ‘gewoon’.
Wanneer ik tegen problemen aanloop, dan zoek in online naar een antwoord (zij het via een zoekopdracht in Google of via social media). Wat me vaak opvalt is de enorme lengte van de meeste handleidingen.

We willen tegenwoordig toch gelijk aan de slag?
Daarom bij deze een ‘gelijk-aan-de-slag’ over Socrative, één van de meest populaire webtools.

 

 

 

 

 

Stappenplan voor het werken met Socrative

  1. Ga naar t.socrative.com (dit is de log in voor docenten).
  2. Kies voor: ‘Create Account’.
  3. Vul je email in en bedenk een wachtwoord. Je krijgt een ‘room number’ toegewezen.
  4. Je komt nu binnen op de startpagina van Socrative. Er zijn twee opties; optie 1 is voor het vragen van feedback met een vraag die je terplekke invoert en optie 2 is voor het maken/afnemen van een quiz.
  5. Kies in het overzicht voor ‘Manage Quizzes’.
  6. Kies voor ‘Create a Quiz’.
  7. Voer in het veld ‘Quiz Name’ de naam van de quiz in, bijvoorbeeld ‘test’.
  8. Je kunt nu kiezen uit twee vraagtypes, namelijk open ‘Multiple Choice’ en ‘Short Answer’. Kies voor ‘Multiple Choice’.
  9. Er vouwt nu een nieuw veld uit waarboven ‘Question 1’ staat. Vul bij ‘Question’ een vraag in en bedenk daaronder bij de ‘Answer 1’, ‘Answer 2’, enz. enkele antwoorden.
  10. Zet een kruisje voor het juiste antwoord.
  11. Je kunt nog extra vragen toevoegen door weer te kiezen voor ‘Multiple Choice’ of ‘Short Answer’.
  12. Je quiz is nu klaar voor de test. Kies voor save.
  13. Leerlingen kunnen inloggen op m.socrative.com.
  14. Daar voeren ze het eerder gekregen ‘room number’ in.
  15. Ze krijgen nu een venster waarin staat dat ze moeten wachten op de docent.
  16. Start nu de quiz (als docent) en je leerlingen krijgen het op hun scherm.

Of voor de liefhebber van snelle instructies via video:

En vooral veel zelf ontdekken!!!

Advertenties

Dag van de Digitale Didactiek

Op maandag 12 november 2012 werd door studenten van de universiteit van Utrecht de Dag van de Digitale Didactiek georganiseerd. Uitgangspunt voordezen dag is studenten meer zicht te geven op werken met digitale middelen. Grappig punt natuurlijk is dat ‘digitale didactiek’ eigenlijk helemaal niet bestaat. Het is gewoon didactiek, alleen zet je als hulpmiddel ICT in. Een belangrijk punt om te onthouden voor eenieder die graag met ICT in het onderwijs aan de slag wil: ICT is een middel, nooit een doel.

Ik was uitgenodigd om een workshop te verzorgen. De korte openingspresentatie:

Aangezien mij gevraagd werd een workshop te geven en geen ik-geef-een-workshop-maar-praat-de-hele-tijd-zelf-shop, kun je hieronder de vijf opdrachten vinden. Gepresenteerd in flipping the class vorm, zodat je in een uur tijd meerdere onderdelen door meerdere groepen kunt laten doen:

WordPress Turbotutorial:

Storybird Turbotutorial:

Prezi Turbotutorial:

Krantenmaken icm Twitter Turbotutorial:

Bubbl.us en Wordle Turbotutorial:

Wat ik tenslotte als advies wil meegeven voor eenieder die met digitale middelen aan de slag willen:
BEGIN GEWOON!
Kijk niet naar alle mogelijke problemen of de berg werk, maar begin gewoon.
Dan zie je vanzelf wel waar je reis eindigt.

Digitale hulpmiddelen: delen met leerlingen of voor jezelf houden?

Welke type docent ben jij?

  1. Het type docent dat zelf alles in de hand houdt.
  2. Het type docent waarbij leerlingen ook gebruik mogen maken van de middelen.

Een essentiële vraag, waar onderstaande alles mee te maken heeft. In het huidige onderwijs zien we steeds meer digitale hulpmiddelen opduiken. Van hardware tot bergen software.

Wat er vooral te zien is in de klas:

De docent geeft les, meestal in busopstelling nog. Voor in het lokaal hangt een (duur) digitaal schoolbord. Dat is mooi! Leerlingen komen verwachtingsvol binnen en gaan zitten. Ze halen allemaal hun laptop te voorschijn. De docent begint met uitleg op het digibord. De leerlingen kijken naar het kunstje van hun docent. Dankzij de techniek laat hij allerlei dingen bewegen en maakt alles nog mooie geluiden ook! Na een kwartiertje is de show voorbij. Wat nu? ‘Sla je boek open’, zegt de docent. Huh? We hebben toch een laptop? ‘Schakel wel even het mee-kijk-programma in’, want ze zijn natuurlijk niet te vertrouwen. Maken bladzijde 12 t/m 14, vraag 1 t/m 16. De docent neemt plaats achter zijn bureau. Oh ja, de absenten moeten nog gedaan worden. Moet dat lastige Magister weer opgestart worden. Ach, ik schrijf het wel op papier en voer het later wel in. Een leerling steekt zijn vinger. ‘Meneer, wat moeten we nu maken? Het staat niet op de ELO’. Verdorie, kijkt de leerling weer niet goed! ‘Het staat er wel op’. Wacht maar, dan maar op het whiteboard schrijven dat naast het digibord hangt. Toch handig, zo’n bord dat met een gewone stift te beschrijven is, kan ook niet crashen. In een opdracht staat dat ze een presentatie moeten maken met een groepje. ‘Mogen wij ook mailen of Dropboxen?’, wordt er gevraagd. Nee, tuurlijk niet. Waarom gebruiken ze niet gewoon een USB-stick? Die opdracht moeten ze maar in Powerpoint doen, al dat andere gedoe is veel te lastig. Iets van een Prezi en dan klikken op een link, wat een onzin. Morgen gelukkig een toets… op papier!

Natuurlijk is bovenstaande overdreven, maar een ieder herkent er wel wat in. Wat telkens weer terug komt is dat vaak de middelen er wel zijn, maar docenten leerlingen geen toegang (durven) geven tot deze middelen. Wat heb je aan een digibord als je leerlingen er niet mee laat werken? Voer niet een show op, maar laat ze zelf aan de slag gaan. Wie beheert de ELO? Mogen leerlingen ook een bericht plaatsen of beter: laat leerlingen ook beheren! Hebben ze toegang tot een werkplaats oid waar ze bestanden kunnen opslaan en delen met elkaar? Vooral het toevoegen van een ‘sociale laag’ aan je ELO heeft een meerwaarde. Zorg dat ze betrokken raken. Weet een leerling een andere (misschien wel betere) manier om iets te doen, laat ze het dan doen. Je ziet ze groeien als ze het vervolgens aan de docent mogen uitleggen. Laat ze digitaal toetsen. Maak een digitaal werkboek/opdrachten etc. Doe iets met die middelen. Wat doe je thuis wanneer je over een bepaald onderwerp extra informatie zoekt? Juist, je zoekt het op Google. Toch wil je dat je leerlingen vooral eerst in dat boek kijken, terwijl dat niet de moderne manier van informatie zoeken is. Wat vind je erger? Dat leerlingen elkaar een WhatsApp en/of tweet sturen of dat ze hardop met elkaar door de klas aan het praten zijn. Heb je een camera? Laat leerlingen die dan gebruiken. Dit lijken allemaal simpele voorbeelden, maar in de praktijk werkt het wel zo. Geef ze niet een dure laptop met volop mogelijkheden en het vervolgens als een veredelde typemachine in te zetten.

Docenten, laat dat oude monopolie los en deel wat er in de klas aanwezig is.