Archive | oktober 2012

Van goed naar excellent onderwijs

Een nieuw regeerakkoord met de titel: Van goed naar excellent onderwijs.

Altijd spannend om te zien wat de heren uit Den Haag nu weer aan voornemens hebben met het onderwijs.

De ambitie om tot de top vijf van de wereld te behoren is natuurlijk een makkelijke kreet. En veilig bovendien. Eerst maar eens verder lezen om te zien hoe de heren dit willen gaan bewerkstelligen.

Met het onderwijsveld willen wij tot afspraken komen
Super, maar wie wordt er bedoeld met het ‘onderwijsveld’? De VO-raad? Allerlei bestuurlijke instanties. Of, voor een aardschokkende verandering, docenten?

Talent meer uitdagen
Mooie zin, maar hoe gaat dit dan gebeuren? Door eerder Cito toetsen te geven, vaker te geven? Meer gestandaardiseerde toetsen in het VO? Daar staat helaas niks over in. Wat een misser. En nu maar hopen dat de nieuwe minister van onderwijs er wel wat mee gaat doen. En dan bedoel ik niet het uitbreiden van die zooi.

De positie van de leraar
Gevoelig punt. Immers, ik ben leraar. Als ik het goed interpreteer dan zal ik vanaf 2017 mij verplicht moeten registreren in het Lerarenregister. Opvallend dat voor veel andere beroepen zo’n register totaal niet ter sprake komt. Mooi contrast met de ‘stofkamoperatie’, want zo’n register is toch vaak een papieren tijger, waar veel tijd in gaat zitten. Allemaal mooie documenten maken met hoe goed je functioneert. Gelukkig kun je straks wel sneller ontslagen worden! Daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Slecht functionerende docenten. Maar wat wordt daar mee bedoeld? Betekent dat je cijfers voor het SE en CE te laag waren? Functioneer je dan slecht? Of heb je misschien niet voldoende aandacht besteedt aan de basisvaardigheden?

Doelmatiger
Toverwoord voor allerlei zaken die ‘beter’ moeten. U dient hier te lezen: er gaat minder geld naar…

Waar moet dan wel over nagedacht worden?
Kijk eens naar:

  • Meer aandacht voor creativiteit, wat vindt deze regering belangrijker? Het feilloos kunnen opdreunen van de tafels of dat een leerling later in zijn/haar beroep het vermogen heeft naar andere oplossingen te kijken?
  • Gestandaardiseerde toetsen; waarom toch? Leer ze andere dingen aan.
  • Luister naar instanties als de Lerarenraad, niet alleen maar naar werkgevers.
  • Geef docenten meer vrijheid in hun lesstof.
  • Gelijke rechten voor iedereen. Waarom wordt ook het ‘groen onderwijs’ niet gewoon onder OC&W geschaard?
  • Kijk naar de eigen initiatieven van docenten voor professionalisering, zoals The Crowd.

Veel vragen en nu maar hopen dat mevrouw Bussemaker ook leest….

Advertenties

Flipping the class: veel gestelde vragen

Op dinsdag 16 oktober hield ik onderstaande presentatie voor mijn collega’s op Stad & Esch:

Van mijn collega’s krijg ik veel vragen over flipping the class.
Onderstaande zijn dan ook de antwoorden op vragen van mijn collega’s vanuit mijn eigen ervaring, niet perse die van de achterliggende didactiek.

Ik heb wel interesse, maar ik zie een beetje op tegen de hoeveelheid werk. Hoe zit dit?
Het flippen van je lessen vraagt inderdaad veel voorbereiding. Als je al veel met keynotes/powerpoints/prezi, etc., werkt dan is het relatief snel te klaren om van je presentaties video’s te maken. Het meeste tijd gaat namelijk zitten in het maken van de presentaties. Als je hier nog mee moet beginnen, dan moet je, afhankelijk van je ervaring, toch al snel 1 a 2 uur rekenen voor het maken van een presentatie. Dit is dan uitgaande van een basisflip, waarbij je dus alleen de instructie vervangt die je anders aan het begin van de les zou geven.

Een goede les heeft toch altijd kop-romp-staart, hoe zit dat bij flipping the class?
Simpel; die is er gewoon. Wat vaak verwart wordt is dat het opstarten van een les, ofwel het gezamenlijk beginnen met de klas, niet hetzelfde is als starten met instructie. De opening met een groep doe je nog steeds gewoon. Wat je niet meer doet is die opening gelijk laten volgen door klassikale instructie.

Hoe controleer ik of leerlingen de filmpjes wel bekijken?
Dit is het meest lastige om goed in beeld te krijgen. Vergeet hierbij niet dat ook tijdens klassikale uitleg leerlingen niet persé hoeven op te letten, ook al lijkt het dat ze dat wel doen. Ik gebruik eigenlijk drie manieren om te controleren of leerlingen hun ‘huiswerk’ wel hebben gedaan. De eerste is het filmpje als opdracht aan te bieden via de ELO. In de administratie van de ELO kan ik dan zien wanneer ze de opdracht afgerond hebben. Ten tweede staat onder elk filmpje verwerkingsvragen.

Wat vind jij het grootste voordeel?
Voor mij is het grootste voordeel dat ik veel meer ruimte heb om leerlingen te begeleiden bij hun leerproces. Waar ik eerder bij vragen, vanwege tijdsdruk, snel een antwoord gaf, doe ik dat nu niet meer. Het gaat er immers om de leerling zelf achter het antwoord te laten komen en daarbij de juiste technieken aan te leren die bij hem/haar passen. De tijdswinst die ik boek door de klassikale instructie te laten vervallen is hierbij cruciaal.

Bespreek je nog wel wat ze moeten weten voor een toets tijdens de les?
Nee, ook dit gaat online. Leerlingen kunnen zelf een document bekijken waarin staat wat de te leren stof is en welke begrippen het belangrijkste zijn. Ze kunnen vervolgens een oefentoets maken op de ELO. Omdat ze natuurlijk vragen hebben als ze aan het leren zijn, is er een toetsspreekuur op Twitter. Zo kunnen ze de avond voor de toets nog vragen stellen.

Wat ben ik nodig om de filmpjes te maken?
Het meest gebruikelijke is het opnemen van een presentatie. Die presentatie maak je meestal met Keynote, Powerpoint of Prezi. Althans, dat zijn de populairste presentatietools, er zijn er vele. Vervolgens maak je een screencast met behulp van QuickTime, deze zit standaard op je Mac. Dit filmpje exporteer je en kun je vervolgens importeren in iMovie, zodat je er een mooie, afgewerkte look aan kunt geven. Exporteer en je kunt je filmpje in de ELO zetten of uploaden naar een videosite, zoals YouTube of Vimeo.

Moet ik alles zelf maken?
Nee, natuurlijk niet. Dit ligt natuurlijk ook sterk aan je eigen insteek. Als je alles zelf maakt dan kun je het wel optimaal afstemmen op je eigen leerlingen. Vergeet niet dat docenten van andere scholen die video’s maken ook altijd hun eigen leerlingen als uitgangspunt nemen. Maar kijk vooral ook eens dichtbij, zijn er bijvoorbeeld meer (vak)collega’s die dit willen gaan doen? Als je met 5 collega’s bent voor bijvoorbeeld het vak Nederlands, dan wordt de werk/productiedruk natuurlijk al een stuk minder. Wil je goede bronnen kijk dan bij de vraag verderop.

Wat zijn goede bronnen?
Kennisnet heeft inmiddels een site speciaal over flipping the class: http://flippingtheclassroom.kennisnet.nl
Een andere heel goede bron is de wiki van Frans Droog, een bekende ‘Flipper’: flipdeklas.wikispaces.com 
Je kunt ook zelf op YouTube zoeken. Wil je de basis van flipping the class weten dan is de SPONS-module een goed begin, hiervoor ben je wel een account nodig bij SPONS.

Welke didactiek hoort hierbij?
De meest gebruikte is de TPACK didactiek. Deze houdt op zich niks nieuws in, immers alle docenten bezitten (als het goed is) voldoende pedagogische en didactische vaardigheden. De kunst is om de vaardigheden te combineren en te verwerken met technologische vaardigheden. Daarvoor is wel enige oefening nodig. Dat betekent niet dat je gelijk de moeilijkste software onder de knie moet krijgen. Je kunt simpel beginnen en toch al digitaal werken.

Maak je de rol van de docent niet kleiner?
Nee, juist niet. Door veel meer tijd in te ruimen voor begeleiding, creëer je ook meer ruimte voor differentiatie. Vergeet niet dat ze nog steeds naar de uitleg van de docent luisteren, alleen niet meer voor de klas. Je zult dus als docent ook goed moeten nadenken hoe je iets uitlegt op de video; is het wel voor iedereen duidelijk? Uit mijn eigen ervaring kan ik zeggen dat het begeleiden meer intensiever en meer interactief is geworden.

In de presentatie gaat het over drie niveaus, wat is, in het kort, het verschil?
Basis flip: alleen je uitleg vervangen door video’s.
Gevorderde flip: biedt leerlingen op eigen tempo de lesstof aan en online/digitale verwerking.
Expert flip: biedt de leerlingen op eigen tempo en eigen niveau en eigen manier de lesstof aan dmv digitale verwerking en samenwerking.

 

Mochten er nog vragen zijn, stel ze dan gerust via de reactie mogelijkheid.

De leraar en de bondscoach

Al eerder heb ik eens getwitterd over het idee van de leraar als een soort bondscoach.
De tweet destijds: ‘leraar zijn is net zoiets als bondscoach zijn; iedereen weet het altijd beter’.
Om duidelijk te maken wat ik nu precies bedoel zal ik dat ik in dit blog proberen toe te lichten. De metafoor van bondscoach heb ik niet zomaar gekozen. Op vele punten gaat deze metafoor op.
In hoeverre onderstaande op de lezer van toepassing, dat mag de lezer zelf bepalen.

De bestuurders
Elke bondscoach heeft te maken met de ambities van het bestuur. Behoren bij de top 5 van de wereld, bijvoorbeeld. Dat gaat ook op voor onderwijs. Laten we eens kijken naar de laatste 3 topbestuurders van het ‘team onderwijs’:

1. Ronald Plasterk, minister van onderwijs van 22 februari 2007 – 23 februari 2010
Plasterk is zelf leraar geweest (hoogleraar moleculaire microbiologie), alhoewel niet in de velden waarin de meeste docenten werken, namelijk PO en VO. Plasterk heeft een aantal plannen voor het VO ingevoerd. Eén van de meest opvallende projecten van Plasterk was zijn wens voor digitaal onderwijs. Hiervoor werd Wikiwijs opgericht. Helaas kunnen we stellen dat Wikiwijs niet het onverdeelde succes is geworden wat het had kunnen zijn. Ander interessant concept: de gratis schoolboeken. Deze verdwijnen nu weer. Positief gevolg is geweest dan scholen bewuster zijn omgegaan met hun boekenpakket, wat voor ouders zeer aangenaam is. De tijd dat een werkboek werd opgegeven op de boekenlijst en daaruit één hoofdstuk werd behandeld is voorbij. Ook werd in 2008 het convenant leerkracht bekrachtigd waarmee de functiemix een feit werd. Opvallend aan Plasterk was dat hij door docenten met een 5,8 (bron: Wikipedia) werd beoordeeld door docenten, de hoogste score voor een minister van onderwijs ooit. Deze bondscoach heeft echter zijn contract niet uitgediend.

2. Marja van Bijsterveldt, minister van onderwijs van 2010-2012. Was daarvoor al staatssecretaris van onderwijs. Heeft zelf nooit voor de klas gestaan, een minpunt, mijn inziens. Van Bijsterveldt heeft heel wat plannen gelanceerd, die het onderwijs niet de kwaliteitsimpuls hebben gegeven die het nodig heeft. Onder Van Bijsterveldt is vooral de drang naar meetbare resultaten sterk gegroeid. Getuige de (her)invoering van de rekenen en taal. Ook de onderwijsinspectie moest vooral gaan letten op meetbare resultaten; se-ce, examencijfers. Toverwoord is rendement en dan het liefst rendement gericht op meetbare resultaten. Daartoe werden de exameneisen verzwaard. Ook bij de stakingen tegen de 1040-urennorm liet Van Bijsterveldt een schrijnend gebrek aan inzicht en verbondenheid met de sector zien. Werd door Marten Kircz ‘de beroerdste minister van onderwijs ooit’ genoemd. Hij zat er, volgens mij, niet ver naast. Deze bondscoach haalde ook de eindstreep niet, vanwege problemen met gedoogpartner de PVV.

3. Jet Bussemaker, minister van onderwijs van 2012-heden.
Dit nieuwe kabinet wil vooral bruggen slaan. Aan ambities geen gebrek, wel aan geld. Dus meer voor minder. Docenten blijven op de nul-lijn en de werkdruk neemt toe. Het is nog te vroeg om een oordeel over deze bondscoach te vellen. We geven haar een kans.

De ouders
Net als in het voetbal heeft ook het onderwijs in elke Nederlander een bondscoach. Ouders hebben immers uit eerste hand ervaring met onderwijs. Dat is natuurlijk geweldig, dat er recht op onderwijs is (en ja, ook een leerplicht). Wat daarvan ook een automatisch gevolg is, is dat ouders een heel duidelijk referentiekader opbouwen in hun eigen schooltijd. Daarmee wordt dan weer sterk het kind beïnvloedt. De meeste ouders zijn betrokken bij het onderwijs van hun kind, alleen je kunt de vraag stellen of het referentiekader nog wel van deze tijd is. Ouders die alleen klassikaal, boek, bord en krijt kennen zien soms al dat digitale geweld helemaal niet als een pluspunt. En wat te denken van wat er geleerd moet worden? De vaardigheden die de maatschappij vraagt zijn allang veranderd. Ons onderwijssysteem is daar niet in meegegaan. Toch proberen scholen vaak meer aan te leren. Een opmerkelijke constatering is dat ouders vaak actief zijn wanneer hun kind op het PO zit en deze inzet sterk verminderd als het kind eenmaal naar het VO gaat. Daar doen scholen én ouders toch iets verkeerds. En dan is er nog een groep ouders die school ook als een zeer handige vorm van kinderopvang zien en die geen moeite hebben met het uitbesteden van opvoedkundige taken aan de school. Misschien ligt het ook wel een beetje aan de maatschappij (en dus de ouders) dat op scholen steeds meer bijzaken gedaan worden, die afleiden van het primaire onderwijsproces. De maatschappij heeft immers verlangd dat scholen steeds meer voorlichtingen gaan geven. Misschien toch beter door de ouders laten doen? Wat je (sommige) ouders als bondscoach kunt verwijten is dat ze vaak wel ‘aangeven’ hoe het met hun kind hoort te gaan, maar dan vaak niet (heel) actief meewerken bij het leerproces.

Docenten
Kijk maar naar dit blog; geschreven door een docent die kritiek heeft op van alles en nog wat. Maar zelf dan in de politiek gaan? Nee, ho maar. Ja, dat zou je kunnen zeggen. Daarop is maar één antwoord mogelijk: ik ben leraar omdat dat mijn passie is. Dat betekent niet dat docenten ook eens naar zichzelf moeten kijken. Het verschil in onderwijsland is enorm. Van geïnspireerde docenten die zichzelf constant willen verbeteren tot docenten die gewoon het boek volgen en verder niks, ze zijn allemaal te vinden in het onderwijs. Elk docent hangt vaak een eigen manier van lesgeven aan. Elk ‘spelsysteem’ is dus weer anders. Van klassikaal frontaal tot flipping the class, iedereen vindt dat zijn/haar manier van werken (vaak) de beste is. Daarbij komt dat docenten niet een ‘team’ vormen en daardoor niet duidelijk aangeven aan hun ‘bondscoach’ (de minister) wat er nu verwacht wordt. Zolang er ook docenten zijn die alles wel goed vinden en juist meerwaarde zien in de nadruk op cijfers, zal verandering lang op zich laten wachten.

Schoolbesturen
En dan zijn er nog de bestuurders op scholen zelf. Allemaal stippelen ze een mooi beleid uit voor hun school. Wat vinden we belangrijk? Waar investeren we in? Soms is er sprake van wanbestuur (Amarantis), maar meestal zijn de bestuurders oprecht betrokken en willen ze het beste voor de school. Helaas moet een schoolbestuurder steeds vaker focussen op financiën ipv het verbeteren van het onderwijsproces. Hoe gaan we straks het passend onderwijs inpassen? Hoe los ik mijn tekort op? Waar financier ik digitaal onderwijs mee? Dat dit soort besluiten soms ten koste gaat van het primaire proces is jammerlijk. Schoolbestuurders staan zelf vaak niet (meer) voor de klas. Houdt goed contact met je werkveld, ook al is het een paar uur in de week. Het zou soms veel discussies voorkomen.

DVDD2012: Het inzetten van WordPress in de les

DIT BLOG IS BEDOELD VOOR DE DAG VAN DE DIGITALE DIDACTIEK VAN DE UNIVERSITEIT VAN UTRECHT EN BEVAT EEN OPDRACHT VOOR DE AANWEZIGE STUDENTEN

WordPress is een onlineblog. Nog niets bijzonders, daar zijn er meer van. Het mooie van WordPress (als je het gebruikt voor lesactiviteiten):

  • Gratis blog, met een zelfgekozen naam met daarachter .wordpress.com.
  • Makkelijk te delen via social media
  • Iedereen kan reageren, daarvoor heb je geen account nodig.
  • Kies gemakkelijk een mooie look voor je blog.
  • Laat leerlingen nadenken over een onderwerp en ze vervolgens hun mening onder woorden brengen.

De opdracht:

  • Maak een opdracht waarbij leerlingen een onderwerp via een blog moeten uitwerken en daar hun eigen mening over geven.
  • Maak duidelijk hoe leerlingen dat met elkaar moeten delen.
  • Laat leerlingen reageren op elkaars blog.

Succes!

Slidepoint

Wat doe je wanneer je weet dat je ELO niet lang meer je ELO is? Je gaat kijken of je alternatieven kunt vinden voor diensten uit je ELO waarbij je die ELO niet nodig bent. Het ging dan bij mij vooral om de vragen die ik bij mijn video's heb staan. In mijn zoektocht ben ik Slidepoint tegen gekomen.

Wat is het?

Slidepoint is een online (web 2.0) tool, waarvoor gratis is in te schrijven. Hiervoor krijg je 25 MB opslag. En dit is wat het ongeveer doet:

Op zich prima, maar het haalt het in mijn ogen niet bij bijvoorbeeld Prezi. Toch zijn er een tweetal eigenschappen van Slidepoint die het de moeite waard maken. De eerste is dat het in HTML5 is en dus niet gebaseerd op Flash of Silverlight. Daardoor kun je het op elk device afspelen. Het tweede grote voordeel is de quizoptie.

       

Je krijgt dan de optie vragen in te voegen. En in tegenstelling tot bijvoorbeeld de nieuwe optie in YouTube, kun je hier onbeperkt vragen aanmaken. Het invoegvenster voor vragen is simpel en duidelijk. Doordat Slidepoint gebaseerd is op Powerpoint zal vrijwel iedereen er direct mee uit de voeten kunnen. En ondertussen heb ik ELO onafhankelijke, op HTML5 gebaseerde quizzen die ik naar hartelust overal kan embedden. Er is wel een GIGANTISCH nadeel: je mag maar 10 presentaties maken. Je kunt meer ruimte verdienen door putnen te verzamelen. Deze krijg je door views op je presentaties. Dat moet mogelijk zijn als je leerlingen de presentaties gaan bekijken, maar toch. Hieronder nog een voorbeeld van hoe ik het in de ELO embed heb.

Het filmpje en dan de vragen:

Link naar de vragen:
Slidepoint