Archive | juli 2012

Waarom je ook zonder educatieve uitgever kunt

Innovatie. Wat een mooi woord is dat toch. Maar wanneer je naar de uitwerking van dit begrip in het onderwijs kijkt, dan zie je een heleboel verschillende invullingen.

In dit blog haal ik er een dominante speler uit: de uitgever.
Het slaafs doorlopen van de methode behoorde nog niet zo lang geleden tot de dagelijkse praktijk. En ja, helaas zijn die collegae er nog steeds. Weinig innovatie dus, maar gelukkig de uitgevers hebben de oplossing gevonden. Men noeme het de iPad. Maak je schoolboeken digitaal en beschikbaar voor dit apparaat en iedereen heeft de mond vol van prachtig innovatief onderwijs. Hier schiet je dus niks mee op. Je doet immers nog steeds precies hetzelfde, alleen in een nieuw jasje. Of zoals John Moravec het stelde: ‘We are using great technology to teach the same old shit’. Deze quote taakt precies de essentie van dit blog. Wat is ook maar een beetje vernieuwend aan deze manier van werken?

Uitgevers maken dus nog steeds de dienst uit. Ik zie maar twee pluspunten; de leerling heeft een minder zware tas en er sneuvelen minder bomen. Maar innovatief is het niet. Worden de leerlingen op maat bediend als ze allemaal dezelfde methode gebruiken? Nee, je zult dat als docent echt zelf moeten doen. Of toch niet?

Hoe zelf het heft in handen te nemen

Welkom in de moderne wereld. In deze wereld is het voor docenten makkelijker dan ooit om met eulkaar in contact te komen. Ook het over en weer sturen van materiaal is simpel te doen.

Stap 1: leg een netwerk aan.
Een uitgever werkt met een groep van 3 tot 8 docenten aan een methode. Stel je werkt als school samen met 5 andere scholen. Dan heb je dus snel 5 docenten, vaak zelfs veel meer. Samenwerken is een must, maar devoordelen zijn duidelijk.

Stap 2: de grote lijn.
Hoe zit het met doorlopende leerlijnen? Hoe zit het met examenstof? Elke docent kan de leerlijnen voor zijn vak vinden via SLO en de examenstof is terug te vinden in de syllabus van het CvE.

Stap 3: hoe zit het met dat mooie bronmateriaal?
Toestemming vragen om materiaal te mogen gebruiken is vervelend. Vaak wordt er niet gereageerd. Toch is er steeds meer rechtenvrij materiaal te vinden. De verwachting is dat door het internet het hele auteursrecht verhaal toch gaat veranderen. Tot die tijd: maak zelf foto’s en deel ze via internet. Benader bijvoorbeeld publieke omroepen, je gaat immers materiaal gebruiken dat met belastinggeld is gemaakt. Bovendien zit er nu geen commercieel winstmodel achter. Als je over de juiste software beschikt is zelf illustraties maken ook goed mogelijk. En vergeet je leerling hierin niet te betrekken.

Stap 4: begin gewoon.
Wie alleen maar beren op de weg ziet, komt nooit verder dan die methode. Pas als je begint gaat het leven. Hierin speelt het management van de scholen een grote rol. Help je docenten een handje en faciliteer het in je taakbeleid. Als school ga je er uiteindelijk ook op vooruit. En voor de docenten die zeggen: ‘Maar ik ben toch geen uitgever?’. Klopt, maar door samen te werken met andere collega’s kom je er wel. Maak een goede taakverdeling, benut elkaars talenten.

Stap 5: dump de uitgever.
Geen toelichting nodig. Vanaf nu ben jij de baas over je materiaal. Aan te passen wanneer jij dat wilt en naar jouw eigen situatie.

De vraag is nu: wie durft?
En misschien nog wel interessanter: wat gaan uitgeverijen doen?

Dit alles is volgens mij onderdeel van de master teacher. Meer daarover weten? Lees dan dit blog van Jelmer Evers.

Digitale hulpmiddelen: delen met leerlingen of voor jezelf houden?

Welke type docent ben jij?

  1. Het type docent dat zelf alles in de hand houdt.
  2. Het type docent waarbij leerlingen ook gebruik mogen maken van de middelen.

Een essentiële vraag, waar onderstaande alles mee te maken heeft. In het huidige onderwijs zien we steeds meer digitale hulpmiddelen opduiken. Van hardware tot bergen software.

Wat er vooral te zien is in de klas:

De docent geeft les, meestal in busopstelling nog. Voor in het lokaal hangt een (duur) digitaal schoolbord. Dat is mooi! Leerlingen komen verwachtingsvol binnen en gaan zitten. Ze halen allemaal hun laptop te voorschijn. De docent begint met uitleg op het digibord. De leerlingen kijken naar het kunstje van hun docent. Dankzij de techniek laat hij allerlei dingen bewegen en maakt alles nog mooie geluiden ook! Na een kwartiertje is de show voorbij. Wat nu? ‘Sla je boek open’, zegt de docent. Huh? We hebben toch een laptop? ‘Schakel wel even het mee-kijk-programma in’, want ze zijn natuurlijk niet te vertrouwen. Maken bladzijde 12 t/m 14, vraag 1 t/m 16. De docent neemt plaats achter zijn bureau. Oh ja, de absenten moeten nog gedaan worden. Moet dat lastige Magister weer opgestart worden. Ach, ik schrijf het wel op papier en voer het later wel in. Een leerling steekt zijn vinger. ‘Meneer, wat moeten we nu maken? Het staat niet op de ELO’. Verdorie, kijkt de leerling weer niet goed! ‘Het staat er wel op’. Wacht maar, dan maar op het whiteboard schrijven dat naast het digibord hangt. Toch handig, zo’n bord dat met een gewone stift te beschrijven is, kan ook niet crashen. In een opdracht staat dat ze een presentatie moeten maken met een groepje. ‘Mogen wij ook mailen of Dropboxen?’, wordt er gevraagd. Nee, tuurlijk niet. Waarom gebruiken ze niet gewoon een USB-stick? Die opdracht moeten ze maar in Powerpoint doen, al dat andere gedoe is veel te lastig. Iets van een Prezi en dan klikken op een link, wat een onzin. Morgen gelukkig een toets… op papier!

Natuurlijk is bovenstaande overdreven, maar een ieder herkent er wel wat in. Wat telkens weer terug komt is dat vaak de middelen er wel zijn, maar docenten leerlingen geen toegang (durven) geven tot deze middelen. Wat heb je aan een digibord als je leerlingen er niet mee laat werken? Voer niet een show op, maar laat ze zelf aan de slag gaan. Wie beheert de ELO? Mogen leerlingen ook een bericht plaatsen of beter: laat leerlingen ook beheren! Hebben ze toegang tot een werkplaats oid waar ze bestanden kunnen opslaan en delen met elkaar? Vooral het toevoegen van een ‘sociale laag’ aan je ELO heeft een meerwaarde. Zorg dat ze betrokken raken. Weet een leerling een andere (misschien wel betere) manier om iets te doen, laat ze het dan doen. Je ziet ze groeien als ze het vervolgens aan de docent mogen uitleggen. Laat ze digitaal toetsen. Maak een digitaal werkboek/opdrachten etc. Doe iets met die middelen. Wat doe je thuis wanneer je over een bepaald onderwerp extra informatie zoekt? Juist, je zoekt het op Google. Toch wil je dat je leerlingen vooral eerst in dat boek kijken, terwijl dat niet de moderne manier van informatie zoeken is. Wat vind je erger? Dat leerlingen elkaar een WhatsApp en/of tweet sturen of dat ze hardop met elkaar door de klas aan het praten zijn. Heb je een camera? Laat leerlingen die dan gebruiken. Dit lijken allemaal simpele voorbeelden, maar in de praktijk werkt het wel zo. Geef ze niet een dure laptop met volop mogelijkheden en het vervolgens als een veredelde typemachine in te zetten.

Docenten, laat dat oude monopolie los en deel wat er in de klas aanwezig is.

Professionaliseer jezelf als docent via Twitter

Twitter? Is dat niet dat gedoe waar mijn leerlingen steeds mee bezig zijn? Ja, misschien wel.

Maar dan mis je wel het grote geheel: Twitter is een uitstekend middel om jezelf als docent te professionaliseren. Maar hoe pak je dat dan aan? Waar te beginnen?

Heel flauw misschien: begin met het maken van een account op Twitter. Dat is gratis (voor wie dat nog niet wist). Vervolgens ligt de moderne digitale wereld binnen handbereik. Aangezien het niet de bedoeling is hier bediening van Twitter uit te leggen, verwijs ik je daarvoor naar de site van Twitter. Mijn inziens kun je een betere docent worden op de hieronder beschreven manieren.

Volg je leerlingen

Een goede docent weet wat er bij zijn leerlingen speelt. Hierdoor kun je immers beter aansluiten bij hun belevingswereld en daar de lesstof beter op af stemmen. Maar het verlaagt ook de drempel voor leerlingen om misschien wat te vragen. En je vergroot je bereikbaarheid als docent. Spreek af met je leerlingen wat ze kunnen verwachten; reageer je altijd (omdat je de smartphone altijd in de hand hebt) of moeten ze leren wachten? Mijn eigen ervaring is dat leerlingen hier best aan moeten wennen, maar wanneer ze het eenmaal gedaan hebben, er volop gebruik van maken. Vooral voor het examen was er een ‘piek’. Als je leerlingen jou ook terug volgen dan kun je ook heel makkelijk informatie met ze delen, bijvoorbeeld oefenmateriaal, een link naar een filmpje, enz. Dankzij het grote aantal extra diensten dat via andere sites beschikbaar is, kun je bijvoorbeeld ook een toetsspreekuur houden.

Volg collegae

Het zal je verbazen hoeveel van je collega’s op Twitter zitten. En dan heb ik het niet alleen over de collega’s op de school waar je werkt. Juist de ‘externe collega’s’ zijn van onschatbare waarde. Onderwijs is steeds meer en meer een samenspel van allerlei docenten. The world is connected, dus waarom docenten niet? Of je nu met een nieuw project begint of met een nieuw programma, er is altijd wel een collega die daar ervaring mee heeft. Juist vernieuwingen zoals the flipped classroom hangen aan elkaar van docenten die online zijn. Delen met elkaar was nog nooit zo makkelijk. Mijn ervaring daarin is dat docenten echt bereid zijn elkaar te helpen. Materiaal wordt belangeloos gedeeld en er worden afspraken gemaakt om eens samen naar je onderwijs te kijken. Om je op weg te helpen een aantal Twitteraars die de ‘moeite’ van het volgen meer dan waard zijn: @jelmerevers @fransdroog @meneervaanhold

#dtv

Weet je het antwoord niet op een prangend vraagstuk? De online gemeenschap vast wel. Daarvoor gebruik je #dtv (durf te vragen). Gegarandeerd snel antwoord.

Externen

Er zijn een heleboel mensen bezig op onderwijsgebied die niet meer direct voor de klas staan, maar wel een schat aan ervaring hebben. Eigenlijk doen ze voor je wat je als docent niet (altijd) kunt: alles in de gaten houden. Benieuwd naar de laatste richtlijnen binnen het ministerie? Benieuwd naar de nieuwste software, webtools? Op zoek naar andere scholen die met bepaalde technieken bezig zijn? Deze professionals zijn er bij betrokken! En allemaal heel toegankelijk. Goede voorbeelden zijn @trendmatcher @mariekemove @mvanast @karinwinters. Vergeet niet dat steeds meer alles met elkaar verbonden raakt, dus ook onderwijs en het aantal mensen dat interesse daarin heeft.

Organisaties e.d.

Het loont de moeite om allerlei organisaties te volgen die je interesse hebben of op jouw vakgebied actief zijn. Denk bijvoorbeeld aan de minister van onderwijs, Kennisnet of Cito. Daarnaast zijn er een heleboel commerciële partijen die je helpen je lessen en je docent zijn te verbeteren. Denk maar aan een @sponslcompany dat speciaal gericht is op digitaal onderwijs. Of als je Wintoets gebruikt en daar verder (online) in getraind wil worden, dan volg je natuurlijk de Rode Planeet.

Inspiratie

John Moravec (@moravec), Ken Robinson (@SirKenRobinson), TED, do I need to say more? En een keur aan anderen. Eindeloos energie en inspiratie.

Kortom: mis de boot niet en stap in. Professionaliseer jezelf door de wereld binnen te halen!